De zzp-markt na ruim een jaar handhaving: waar staan we nu?
Gepubliceerd op 19 mei 2026 door Stefan Witting in Arbeidsmarkt
De toon was lang helder: minder zzp, meer loondienst. Zorgorganisaties pasten hun beleid aan, wetgeving zette druk op de markt en zzp'ers werden in veel gevallen geweerd. Een begrijpelijke reactie op een onzekere tijd.
Maar nu de contouren van de nieuwe Zelfstandigenwet zichtbaar worden, is het een goed moment om eerlijk terug te kijken. Wat hebben we bereikt? En misschien nog belangrijker: waar gaan we naartoe?
Even de tijdlijn rechtzetten
Officieel geldt de handhaving van de Wet DBA sinds 1 januari 2025, maar in de praktijk begon de beweging al eerder. In 2024 werden contracten al kritisch bekeken, beleid bijgesteld en zzp'ers voorzichtig op afstand gehouden. De officiële startdatum is nieuw — de onrust niet.
Wat er de afgelopen periode is gebeurd
De overheid stuurde sterk op het terugdringen van zzp-inzet. Via de Wet DBA, voorstellen rondom schijnzelfstandigheid en het idee achter de VBAR-wet werd geprobeerd om arbeidsrelaties strakker te definiëren. Met als doel: minder grijs gebied, meer duidelijkheid.
Zorgorganisaties reageerden door zzp'ers af te bouwen of volledig te weren. Interne flexpools werden opgebouwd, uitzendconstructies opgeschaald en samenwerkingen met bemiddelaars herzien. Allemaal logische stappen, gedreven door onzekerheid en de wens om risico's te beperken.
Maar de praktijk bleek weerbarstiger dan verwacht.
De realiteit van alledag
Uitzendkrachten bieden niet altijd de continuïteit waar zorgorganisaties op hoopten. Teams raken onder druk door wisselingen. Kosten lopen op. En de vraag naar flexibele inzet blijft onverminderd groot, want de zorgsector verandert niet van de ene op de andere dag.
Wat ook niet veranderd is? De motivatie van zorgprofessionals en zeker die van zelfstandigen.
De wens om eigen regie te hebben, werk en privé beter te combineren en zelf keuzes te maken in opdrachten — die is er nog steeds. Beleid kan sturen, maar het verandert niet wat mensen belangrijk vinden. En precies daarin zit een les die we misschien wat te weinig hebben erkend: zzp is geen tijdelijke trend. Het is een structureel onderdeel van de arbeidsmarkt.
De wind draait: van beperken naar beter organiseren
Ondertussen verschuift de politieke koers. Binnen de discussie rondom de nieuwe Zelfstandigenwet — mede aangejaagd door Thierry Aartsen (Minister van Werk en Participatie van Nederland) — worden voorstellen zichtbaar zoals een minimumtarief voor zzp'ers, een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering en mogelijk deelname aan een pensioenregeling. En opvallend: de eerder geplande VBAR-wet lijkt te worden afgezwakt of zelfs te verdwijnen.
De richting verschuift. Niet meer 'hoe stoppen we zzp?', maar 'hoe organiseren we het beter?'
Dat is een wezenlijk ander gesprek.
Wat dit betekent voor de markt
Als deze lijn doorzet, heeft dat gevolgen die veel organisaties nog onderschatten. Want stel dat de regels werkbaar worden en zzp structureel inzetbaar blijft binnen duidelijke kaders — dan is de kans groot dat een deel van de professionals die noodgedwongen in loondienst is gegaan, terugkeert naar zelfstandigheid.
Niet iedereen. Maar een significante groep.
Wat dat oplevert? Meer keuzevrijheid voor professionals. Een hernieuwde toestroom van zelfstandigen. En opnieuw de vraag bij zorgorganisaties: hoe organiseer je dat slim?
Wij denken dat dit de zzp-markt uiteindelijk sterker en professioneler maakt dan ooit. Niet omdat de onrust goed is, maar omdat de schifting die de afgelopen periode plaatsvond, waarde heeft gehad. Alleen de serieuze zelfstandigen blijven over. Tarieven worden transparanter en realistischer. Risico's zijn beter afgedekt. En opdrachtgevers krijgen duidelijkere kaders om mee te werken.
Was het dan verloren tijd?
Nee — dat is te kort door de bocht.
De afgelopen periode hebben zorgorganisaties hun eigen afhankelijkheid kritisch onder de loep genomen. Er zijn nieuwe structuren ontstaan: flexpools, helder HR-beleid, verbeterde samenwerkingen. Bemiddelaars — waaronder wijzelf — hebben hun rol moeten heroverwegen en scherper gepositioneerd. Dat is niet niks.
Maar de aanname dat loondienst dé oplossing zou zijn? Die houdt in de praktijk geen stand. Omdat de zorgsector nooit één type professional heeft gekend, en dat ook niet wordt.
De echte les: flexibiliteit is geen trend
De zorg vraagt structureel om flexibiliteit. Zonder die flexibiliteit loopt de werkdruk op, neemt de uitstroom toe en komt de kwaliteit van zorg onder druk. Dat is geen mening, dat is wat we nu in de praktijk zien.
De oplossing zit dan ook niet in één werkvorm. Niet alleen loondienst, niet alleen zzp, niet alleen uitzenden. De kracht zit in de combinatie: loondienst voor stabiliteit, detachering voor continuïteit en zzp voor flexibiliteit en specialisme. Elke werkvorm heeft zijn eigen plek en waarde.
Wat dit voor ZoFlexo betekent
Bij ZoFlexo geloven we niet in één oplossing. We geloven in keuzevrijheid, balans en alternatieven die de zorg sterker maken, voor professionals én voor organisaties. Dat betekent in de praktijk: zzp waar het kan, loondienst waar het moet, begeleiding bij instroom waar het verschil wordt gemaakt en welzijn als fundament onder goede zorg.
Niet harder werven, maar slimmer organiseren.
De ontwikkelingen van de afgelopen tijd bevestigen die aanpak. En die lijn trekken we door, met energie, en met oog voor wat de markt écht vraagt.
Wil je een breder beeld van de ontwikkelingen in de zorg en arbeidsmarkt? Lees ook ons artikel: De zorgsector in 2026: kansen, krapte en verwachtingen.