550+ mensen aan een baan geholpen

  • Arbeidsmarkt
  • Stagnatie in de zorgsector: de alarmbellen rinkelen
Stagnatie in de zorgsector; de alarmbellen rinkelen

Stagnatie in de zorgsector: de alarmbellen rinkelen

Gepubliceerd op 9 juli 2026 door Stefan Witting in Arbeidsmarkt

In gesprekken met opdrachtgevers in de zorg duikt steeds hetzelfde beeld op: ziekenhuizen met lege bedden die ze niet kunnen vullen, thuiszorgorganisaties die nieuwe cliënten weigeren, huisartsenpraktijken die nauwelijks meer bereikbaar zijn. Wie dit als losse problemen ziet, mist het grote plaatje. De Nederlandse zorgketen stokt op meerdere plekken tegelijk, en dat is geen toeval. Het is de uitkomst van een systeem dat al jaren onder meervoudige druk staat — en waar de keuzes van de overheid die druk eerder vergroten dan verlichten.

Een structureel tekort dat al jaren zichtbaar is

Om de huidige situatie te begrijpen, is het noodzakelijk terug te gaan naar de basis. In de Nederlandse zorg werken op dit moment bijna 1,7 miljoen mensen — daarmee is het één van de grootste arbeidsmarktsectoren van het land. Toch is het al jaren niet genoeg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) stelt het onomwonden: de hele gezondheidszorg kampt met personeelstekorten die zullen groeien, omdat het aantal mensen dat zorg nodig heeft sneller toeneemt dan het aantal mensen dat die zorg kan verlenen.

De prognoses voor de komende jaren zijn ronduit alarmerend. Wanneer de huidige trends doorzetten zonder significante beleidswijzigingen, kan het personeelstekort in zorg en welzijn richting 2035 oplopen tot maar liefst 301.000 medewerkers. Voor de ziekenhuissector en UMC's alleen al wordt een geprojecteerd tekort van circa 35.000 medewerkers verwacht. In de langdurige zorg, waar de vergrijzing het hardst aankomt, groeit het tekort nog sneller. Openstaande vacatures in de VVT-sector stegen in het tweede kwartaal van 2025 opnieuw met 4 procent ten opzichte van een jaar eerder, tot meer dan 21.000 openstaande plekken — en dit terwijl het aantal ontstane vacatures al jarenlang lager ligt dan het aantal dat openstaat. De sector loopt zijn achterstanden simpelweg niet meer in.

Boven op dat structurele gat komt het hoge ziekteverzuim. In 2024 lag het verzuim in de gehele sector zorg en welzijn op 7,3 procent van de werktijd — ruim twee procentpunten hoger dan het gemiddelde in alle andere sectoren (5,2 procent). In de thuiszorg en verpleging en verzorging liep dit in 2025 op naar bijna 10 procent. Dat betekent concreet: van elke tien beschikbare werkdagen valt er bijna één weg door ziekteverzuim. CBS en TNO wijzen daarvoor naar de zware fysieke en emotionele belasting van het werk, beperkte autonomie en structurele overbelasting van teams. Een medewerker die thuis zit, kan geen zorg leveren — en de collega's die wél aanwezig zijn, dragen automatisch méér. De vicieuze cirkel is zichtbaar en meetbaar.

Hoe de zzp-handhaving de krapte versnelt

Vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid. De Wet DBA was al langer van kracht, maar pas met de volledige handhaving — inclusief terugwerkende loonheffingen over 2025, en boetes vanaf 2026 — begon de arbeidsmarkt te verschuiven. Zorgorganisaties die zzp'ers inzetten terwijl die in de praktijk als werknemer functioneren, lopen sindsdien financieel risico.
De cijfers maken de impact zichtbaar. Tussen november 2024 en maart 2025 daalde het totale aantal zzp'ers in de zorgsector met circa 3.500 — voor het eerst in jaren een daling, na een decennium van ononderbroken groei. In de verpleging, verzorging en thuiszorg was die daling het grootst: 5 procent in vier maanden. In de thuiszorg verdwenen tussen november 2024 en juli 2025 per saldo 2.570 zzp'ers — een afname van 7,8 procent. In de kinderopvang was de daling zelfs 10 procent. Het aantal nieuwe starters in de thuiszorg halveerde in dezelfde periode bijna volledig: van 3.151 naar 1.542.

Over een langere periode tekent zich een correctie af. Het aantal zzp'ers in zorg en welzijn groeide tussen 2014 en 2024 van 87.000 naar een piek van 208.000 — een stijging van ruim 77 procent. Eind 2025 stond de teller op circa 175.000. Dat is een substantiële daling, maar het brengt het aantal ook terug naar het niveau van 2022 — het is dus geen harde klap, maar een gedeeltelijke correctie op jarenlange groei.

Wat deze correctie wél doet, is de flexibele schil inkrimpen op het moment dat zorgorganisaties haar het hardst nodig hebben. Een deel van de stoppende zzp'ers kiest voor detachering of payrolling — en detacheerders boeken dan ook meer omzet in de zorg — maar een ander deel verlaat de zorgsector helemaal. Het Centraal Planbureau verwacht dat ruwweg de helft van de schijnzelfstandigen uiteindelijk in loondienst gaat; de andere helft zoekt andere wegen. Het nettoresultaat is dat er minder flexibel personeel beschikbaar is voor roosters die al niet rondkomen.

Brancheorganisaties Zorg (BoZ) waarschuwde eerder al dat zorgorganisaties zonder zzp'ers hun roosters op korte termijn niet meer rond zouden krijgen. Die angst bleek niet ongegrond. De handhaving is vanuit arbeidsrechtelijk oogpunt begrijpelijk en gewenst — schijnzelfstandigheid ondermijnt werknemersbescherming en eerlijke concurrentie — maar de timing valt samen met een toch al fragiele arbeidsmarkt. Dat maakt de effecten groter dan ze anders geweest zouden zijn.

De zorgvraag groeit, en wordt zwaarder

Terwijl het aanbod van zorgpersoneel onder druk staat, groeit de vraag onverminderd — en die vraag wordt ook per cliënt intensiever. In 2025 is ruim 20 procent van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. Vanaf nu neemt ook de groep 80-plussers sterk toe, het zogenaamde fenomeen van de dubbele vergrijzing. In 2040 zal naar schatting een kwart van alle Nederlanders ouder zijn dan 65, waarvan een derde ouder dan 80.

Van mensen van 75 jaar en ouder heeft de helft meer dan één chronische ziekte. Het absolute aantal mensen met twee of meer chronische aandoeningen — multimorbiditeit — steeg van 3,5 miljoen in 2011 naar 6,1 miljoen in 2024. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) legt het direct verband: "Door vergrijzing, een toename van chronische ziekten en multimorbiditeit wordt de zorgbehoefte complexer." Het zorgvolume stijgt daardoor met gemiddeld 4 procent per jaar.

Wat dit in de praktijk betekent is cruciaal voor het begrip van de ketenstagnatie: één cliënt vraagt steeds meer. Meer tijd per contact, meer specialismen die afstemmen, meer coördinatie tussen zorgverleners. De rekensom 'meer cliënten met minder mensen' is al onmogelijk — maar de werkelijkheid is nog ongunstiger, omdat elke cliënt ook nog eens meer zorg nodig heeft dan voorheen. Dat is de reden waarom 'efficiënter werken', de standaardoplossing die beleidsmakers aanreiken, structureel tekortschiet als antwoord op dit probleem.

Wat de overheid wil — en waarom dat wringt

Om de keuzes van de overheid te begrijpen, is het nuttig te weten hoe zij zelf naar de toekomst van de zorg kijkt. De officiële visie is helder: zorg moet "passend" zijn, wat wil zeggen dat onnodige of te zware zorg wordt vervangen door lichtere alternatieven, dat mensen langer thuis wonen met meer steun van mantelzorgers en sociale netwerken, dat technologie taken overneemt van zorgprofessionals, en dat regionale samenwerking de inzet van schaarse mensen optimaliseert. Deze visie is vastgelegd in het Integraal Zorgakkoord (IZA), het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) en de recentste beleidsbrief van de ministers Hermans en Sterk.

Die visie is op zichzelf niet onredelijk — de zorg kan inderdaad niet ongewijzigd doorgaan als straks één op de vier Nederlanders 65-plusser is. Maar tussen de beleidsambities en de werkvloer zit een forse kloof, en precies in die kloof wordt bezuinigd.

Het coalitieakkoord 2026–2030 boekt netto circa 9,7 miljard euro aan bezuinigingen op de zorg in. Het eigen risico gaat per 2027 omhoog van 385 naar 460 euro en wordt daarna jaarlijks geïndexeerd. Op de langdurige zorg wordt structureel bijna 2 miljard bezuinigd. Op opleidingsgelden voor medisch specialisten wordt gesneden, terwijl 'passende zorg' als motto wordt gebruikt om volumes te beperken — maar zonder dat er een stevige investeringsagenda tegenover staat die de transitie daadwerkelijk financiert.

Zorgorganisaties staan daarmee voor een dubbele opgave: minder geld beschikbaar voor personeel en investeringen, terwijl ze tegelijk worden geacht zwaarder wordende zorgvragen op te vangen. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) sprak in reactie op het akkoord over bezuinigingen die de noodzakelijke transformatie remmen in plaats van versnellen. De boodschap vanuit de sector is consistent: de ambities kloppen, maar de middelen ontbreken.

De overheid zet haar kaarten op technologie, mantelzorg en preventie als buffers. Op langere termijn kunnen die inderdaad een deel van de druk verlichten. Maar mantelzorgers zijn geen eindeloos schaalbare resource — jarenlange intensieve mantelzorg vreet aan mensen — en technologie vervangt voorlopig geen verpleegkundige aan het bed. De IGJ stelt zelf al vast dat meer ouderen zelfstandig wonen door een combinatie van overheidsbeleid en vergrijzing, met een grotere rol voor mantelzorg en vrijwilligers, maar dat dit gepaard gaat met toenemende risico's voor kwetsbare groepen.

Want die rekening klopt niet vanzelf. De overheid kan inzetten op meer mantelzorg en vrijwilligers, maar gaat daarbij voorbij aan de realiteit van het dagelijks leven. Mensen staan al onder druk — economisch, mentaal en sociaal. De werkweek is vol, de kosten van levensonderhoud stijgen, en mentale klachten nemen toe in de bevolking. Wie zijn of haar eigen leven al nauwelijks in balans houdt, kan niet ook nog eens structureel voor een zieke ouder, partner of buur zorgen. Jarenlange intensieve mantelzorg is bovendien zwaar — het leidt aantoonbaar tot overbelasting, burn-out en gezondheidsproblemen bij de mantelzorger zelf. En daar zit precies de blinde vlek in het beleid: als mantelzorgers en vrijwilligers uitvallen door overbelasting, verdwijnt de buffer waarop de overheid rekent — en komen diezelfde mensen vroeg of laat zelf bij de zorg terecht. De oplossing vergroot dan het probleem.

Het wringt dus het meest op het snijvlak van ambitie en uitvoering: de overheid tekent een toekomst waarbij zorg slimmer, lichter en goedkoper wordt georganiseerd, terwijl de huidige zorgprofessionals nog te maken hebben met de zwaarste patiënten van de afgelopen decennia, met de hoogste verzuimcijfers, en met een krimpende flexibele arbeidsschil.

Update, juli 2026: 

Minister Sterk heeft aangekondigd dat de bezuinigingen op de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten voorlopig van de baan zijn. Volgens nieuwe berekeningen van het ministerie is er tot 2031 voldoende ruimte voor groei — 3,9 miljard voor de ouderenzorg, 1,6 miljard voor de gehandicaptenzorg en bijna een half miljard voor de langdurige ggz. Een korting van 990 miljoen in 2031 staat nog wel in het coalitieakkoord, maar is volgens de minister in deze berekeningen meegenomen. Of de sector en de Tweede Kamer de berekeningen onderschrijven, moet nog blijken. De structurele uitdagingen — personeelstekort, hoog verzuim, stijgende zorgzwaarte en een krimpende flexibele schil — staan los van deze financiële bijstelling en blijven onverminderd van kracht.

De keten loopt op meerdere plekken vast

Al deze factoren — structureel personeelstekort, hoog verzuim, krimpende zzp-inzet, stijgende zorgzwaarte en financiële druk — komen samen op de werkvloer, en hun effect is niet optelbaar maar vermenigvuldigbaar. Elke schakel in de keten die hapert, vergroot de druk op alle andere schakels.

Als ziekenhuizen minder patiënten kunnen doorplaatsen — door gebrek aan personeel, bezuinigingen op volume of capaciteitsproblemen — vullen de verpleeghuizen, revalidatiecentra en thuiszorgorganisaties hun plekken niet. Maar die vervolgzorgorganisaties wachten ook niet rustig op nieuwe cliënten; zij kampen zelf met dezelfde tekorten. Een cliëntstop is geen organisatorische beslissing, maar een veiligheidsmaatregel: zorg accepteren die je niet kunt leveren is professioneel onverantwoord. Huisartsenpraktijken, die als poortwachter aan het begin van de keten staan en ziekenhuisopnames zouden moeten voorkomen, staan ondertussen voor hun eigen krapte. Een deel van de waarnemend huisartsen en doktersassistenten die als zzp'er werkten, is precies de groep die door de handhaving stopt of verschuift.

Het beeld dat zorgprofessionals beschrijven — lege bedden naast volle wachtkamers, thuiszorgorganisaties die telefonisch melden dat er geen plek is — is niet het gevolg van slecht management of gebrek aan inzet. Het is de logische uitkomst van een systeem dat op te veel plaatsen tegelijk te weinig capaciteit heeft.

Uitzendkrachten kunnen tijdelijke gaten opvullen, maar zijn zelden de oplossing voor structurele onderbezetting. Plaatsing duurt langer bij korte opdrachten, en bij toenemende zorgzwaarte zijn vertrouwdheid met de cliënt en continuïteit van zorgverlening essentieel voor de kwaliteit. Een flex-kracht die elke week wisselt, is voor een cliënt met dementie of complexe problematiek niet gelijkwaardig aan een vaste zorgrelatie.

Wat dit voor de toekomst betekent

De route die de overheid heeft uitgezet, is niet zonder logica. Bezuinigen op de zorg is onontkoombaar als de collectieve lasten beheersbaar moeten blijven, en een zorgstelsel waarbij bij ongewijzigd beleid in 2040 één op de vier Nederlanders in de zorg werkt, is evenmin houdbaar. Maar het tempo en de volgorde van maatregelen zijn bepalend voor of de transitie slaagt of vastloopt.

Wat nu ontbreekt, is de buffer: de investeringen die de overgang mogelijk maken terwijl de zware zorg doorgaat. Betere arbeidsomstandigheden die het verzuim terugdringen. Arbeidsmarktmaatregelen die professionals in de zorg houden in plaats van ze weg te duwen. Een overgangsstrategie voor de zzp-handhaving die de flexibele schil niet sneller inkrimpt dan vaste formaties kunnen opvangen. En een eerlijk gesprek over wat "meer met minder" concreet betekent voor de mensen die de zorg ontvangen.

Zolang de overheid de toekomstige besparing als voldongen feit boekt, terwijl de transitie die haar mogelijk moet maken nog moet beginnen, betalen zorgorganisaties de rekening met wat ze nu al niet hebben: personeel.

Bronnen

  • CBS / AZW StatLine — Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn, kwartaalrapportages 2024–2025; ziekteverzuimcijfers per branche; arbeidsmarktprognoses 2025–2035 · azwinfo.nl
  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) — Personeelstekorten in de zorg · igj.nl
  • Rijksoverheid — Personeelstekort in zorg en welzijn tegengaan · rijksoverheid.nl
  • KvK ZZP-Monitor — Afname zorg-zzp'ers, augustus 2025 · kvk.nl
  • UWV Arbeidsmarktinformatie — Daling zzp'ers in zorg door handhaving schijnzelfstandigheid · werk.nl
  • Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) — Gezondheidszorg in beweging, Stand van de Zorg 2025 · nza.nl
  • Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn — Multimorbiditeit: ontwikkeling 2011–2024 · vzinfo.nl
  • Coalitieakkoord 2026–2030 "Aan de slag" — Budgettaire bijlage, zorgmaatregelen structureel -9,7 miljard
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) — Reactie coalitieakkoord, januari 2026 · nvz-ziekenhuizen.nl
  • RegioPlus — Arbeidsmarktinformatie zorg en welzijn, 2025 · regioplus.nl
  • Centraal Planbureau (CPB) — Verwachte arbeidsmarktontwikkeling schijnzelfstandigen
  • RIVM / VZInfo — Vergrijzingscijfers en zorgvolume Nederland
De zzp-markt na ruim een jaar handhaving: waar staan we nu?

De zzp-markt na ruim een jaar handhaving: waar staan we nu?

De zzp-markt beweegt. Wetgeving verandert, organisaties stellen bij en professionals maken nieuwe keuzes. Maar waar staan we nu — na ruim een jaar handhaving van de Wet DBA? In dit artikel kijken we eerlijk terug én vooruit. Wat heeft de afgelopen periode opgeleverd, wat verandert er in de politiek en wat betekent dat voor de arbeidsmarkt in de zorg?
De zorgsector in 2026 – Kansen, krapte en verwachtingen

De zorgsector in 2026 – Kansen, krapte en verwachtingen

De zorgsector staat in 2026 voor grote veranderingen door nieuwe wetgeving, stijgende werkdruk en structurele personeelstekorten.